De Neveneffecten hebben nu al vier afleveringen van Basta de ether ingestuurd. De effecten bleven niet uit. In de tweede afleveringen moesten de belspellen er aan geloven, wat er toe leidde dat VTM met de uitzending van belspellen stopte. In de derde aflevering was Sabam de pineut. De vierde aflevering draaide rond Fides Bank, een fictieve bank die de Neveneffecten wilden oprichten om ook 20 miljard overheidssteun te kunnen ontvangen.
Bij de aankondiging van het programma op één werd nogmaals de hashtag #basta vermeld. Dit leek mij een mooie aanleiding om nogmaals te kijken hoe populair de hashtag #basta wel is. Ik heb hieronder drie plaatjes opgenomen.
Het eerste plaatje is van mijn eigen opvolging van de #basta tweets. De grafiek geeft het aantal tweets per uur.
Les conversations sont le nouveau cauchemar des marques. Il y a dix ans, quand les consommateurs se répandaient en commentaires négatifs sur le service déplorable de telle ou telle société, cela restait la plupart du temps limité au cercle de relations de ces personnes. Aujourd’hui, les réseaux sociaux et les blogs jouent un rôle de caisse de résonance énorme pour les mécontents. La réputation d’une marque peut être endommagée durablement en quelques minutes seulement. Pour permettre aux marques de surveiller ce qui se dit à leur propos et de réagir au quart de tour quand le web s’emballe, des logiciels ont été développés.
Une start-up belge, Engagor, vient de débarquer sur ce marché avec un outil particulièrement riche en fonctionnalités. Elle a été fondée par deux anciens cadres du réseau social Netlog, Jeroen Fossaert, en charge des relations publiques et Folke Lemaitre, ingénieur informaticien. “Quand j’étais chez Netlog, je cherchais toujours à savoir comment la marque vivait sur le web mais je ne trouvais jamais mon compte avec les solutions existantes sur le marché, explique Jeroen Fossaert. Avec Folke, on a donc décidé de lancer notre propre service”.
Première fonction du pro gramme, offrir aux marques qui souscrivent au service un aperçu quantitatif de leur présence sur le net, que ce soit sur les réseaux sociaux (Facebook, Twitter…), les blogs, les sites d’information (Le Soir.be…). Les marques peuvent voir sur un graphique, heure après heure, jour après jour, le nombre de fois qu’elles sont mentionnées. Elles peuvent aussi demander une recherche sur d’autres mots, par exemple le nom d’un concurrent, pour pouvoir se comparer en terme de notoriété.
Une courbe de graphique, c’est bien mais cela ne dit encore rien sur le contenu de ces conversations. Sont-elles positives, négatives, neutres ? C’est à ce niveau qu’Engagor veut se distinguer de ses concurrents qui se limitent souvent à l’aspect quantitatif. Le programme est capable d’analyser le contenu des discussions et de les comparer entre eux afin de faire émerger les principaux sujets qui animent le web à propos de la marque. “Celle-ci pourrait bien sûr le savoir en passant en revue tous les sites où son nom est mentionné mais c’est devenu impossible vu la masse énorme de données à décortiquer, explique Folke Lemaitre. Nous pouvons organiser cet excès d’informations et rendre le tout intelligible”.
Engagor permet aussi à ses clients (cela peut être une marque mais aussi un homme politique, une institution…) d’identifier les personnes ou les sites les plus influents en ce qui les concerne. “ On peut fournir une liste des sites qui mentionnent le plus souvent le mot “Microsoft” par exemple mais cela ne veut encore rien dire, souligne Folke Lemaitre. C’est peut-être juste un site de vente en ligne ou quelqu’un qui n’a aucune audience. Pour déterminer les personnes ou les sites les plus influents, nous nous basons sur le nombre de fois que leur post, article… a été partagé et conseillé à d’autres ». Le programme permet de filtrer les résultats en fonction d’une série de critères (langue, pays, type de site…) afin par exemple de ne faire apparaître que les bloggeurs francophones belges les plus influents.
Les fondateurs d’Engagor cherchent aujourd’hui à signer des partenariats avec des agences de pub qui pourraient à leur tour proposer ce service à leurs clients. Tout en espérant qu’un jour, ils alimenteront aussi les conversations du web.
Herinnert u zich juni 1999 nog? Wellicht niet, maar Coca Cola beslist wel. Het verhaal? Iemand vindt zijn vertrouwde blikje Cola maar vies ruiken en het gerucht doet zijn werk. Een week later melden meer dan honderd leerlingen verspreid over 6 (Belgische) scholen zich ziek ‘door de geur van het drankje’.
De media snellen toe, de hysterie doet zijn werk en The Coca-Cola Company… kijkt een week lang toe. Pas na zeven dagen komt een publieke verklaring of veel te laat om de schade te kunnen beperken. Zowel in ons land als in de buurlanden wordt Coca Cola uit de rekken gehaald. Al blijkt achteraf dat er niets aan de hand was.
Toenmalig Coca-Cola CEO Douglas Ivester had beter moeten weten, België was immers ook het land waar de toenmalige CVP-regering van Jean-Luc Dehaene een historische nederlaag leed nadat vetmester Verkest dioxine in de voedselketen introduceerde en de 'Gekke Koeien' de vleesnijverheid op de rand van de zenuwinzinking brachten.
Stuk voor stuk incidenten die startten met een inbreuk op ons veiligheidsgevoel over de voedselketen, maar die (toen nog bijna uitsluitend) gecommuniceerd werden via de traditionele media. Dat had zijn voordelen, want zeer overzichtelijk en beperkt in aantal. Een goede (bedrijfs)woordvoerder met de juiste telefoonnummers kon nog wonderen doen. Kranten, radio en televisie werk(t)en met beroepsjournalisten, gebonden door de ethiek van woord en wederwoord en onderworpen aan (drie)dubbel gecheckte informatie. Die tijd bestaat niet meer. Voorgoed.
De opkomst van het web, en in het bijzonder van de sociale media, heeft die wereld grondig door elkaar geschud. De eenvoud waarmee wij actuele boodschappen de wereld in (kunnen) sturen via allerhande blogplatformen , de mogelijkheden tot reactie op krantensites, Facebook of andere Twitters, openen potentieel de deuren van een pr-hel du jamais vu. Topadvocaat Jef Vermassen mag het aan de lijve ondervinden: hij wint ‘het parachuteproces’, maar op Facebook schreeuwen zowat 18.000 mensen de onschuld van Clottemans uit. Een moeilijke strijd en benieuwd hoe zijn volgende jury hier zal mee omgaan.
Nog eentje? In een recente Twitter-actie viseert professioneel stokebrand Youp van 't Hek de klantendienst van T-Mobile en neemt, terloops, klantendiensten van andere grote bedrijven mee. Brengt de campagne echte schade toe? Dat is niet waar Van 't Hek vandaag op uit is. De oproep beoogt het management van een aantal van deze consumentenbedrijven wakker te schudden. Met succes.
De onvervalste commando-actie van Greenpeace op de Facebook pagina van Nestlé illustreert hoe drukkingsgroepen de sociale media en het web in het algemeen als actie-instrumenten kunnen en zullen gebruiken. Omwille van de bestaande aandacht die deze BV’s of groeperingen toch al genieten, kan ook dit fenomeen nog min of meer opgevolgd worden.
Maar sociale media brengen ook de doordeweekse burgerjournalistiek via Belga's 'I have News’ met de twintigste bijna dood-ervaring van Koningin Fabiola. Miljoenen consumenten willen via deze platformen gehoord worden. En soms slagen ze daar in. Maar dat zijn uitzonderingen, nog te veel marketingteams realiseren zich vandaag onvoldoende hoe de tijden veranderd zijn.
In een andere geval van burgerjournalistiek zag Twitter een dodelijk verkeersongeval van DJ Tiësto trending worden. Waarna de man zelf ons ervan mocht overtuigen dat het allemaal best meeviel.
Techcruncher Robin Wauters vroeg zich terecht af hoe lang dat verhaal zou doorgaan zijn mocht Tiësto zelf geen overtuigd Twitterati zijn. Het bericht kon dan potentieel schokkend zijn voor familie en vrienden van de deejay, grote schade heeft de hoax deze keer niet veroorzaakt.
Anders kan een en ander lopen wanneer de huidige generatie pubers aan het tweeten slaat over de vreemde geur die hun blikje Cola verspreidt. Hopen maar dat The Coca-Cola Company vandaag wel luistert.